Het kiezen van een anticonceptiemethode is een zeer persoonlijke beslissing die afhankelijk is van je levensstijl, je gezondheidsdoelen en hoe je in je vel zit. 

Er bestaan twee soorten anticonceptie: hormonaal en niet-hormonaal. 

Hormonale anticonceptie omvat onder andere de anticonceptiepil, de hormoonpleister, de vaginale ring, het hormoonstaafje (progesteronimplantaat) en bepaalde spiraaltjes (IUD’s). 

Niet-hormonale anticonceptie omvat methoden waarbij je je vruchtbaarheid in de gaten moet houden, zoals Natural Cycles, mogelijk gemaakt door Oura, maar ook het koperspiraaltje en barrièremethoden, zoals condooms. 

Of je nu op zoek bent naar het gemak van een methode waar je niet steeds aan hoeft te denken of naar een hormoonvrije aanpak: overleg altijd met je arts om een methode te vinden die bij jou past. 

Hieronder vind je een aantal belangrijke vragen die je jezelf en/of je arts kunt stellen bij het nemen van je beslissing.

De Oura-functie cyclusinzichten biedt nu ook ondersteuning bij hormonale anticonceptie. Deze ervaring is ontworpen om je te helpen symptomen bij te houden, je menstruatie te voorspellen en beter te begrijpen hoe hormonale anticonceptie op persoonlijk niveau invloed heeft op je lichaam.

1. Hoe effectief moet mijn anticonceptie zijn?  

Wat betekent ‘effectief’ als het om anticonceptie gaat? Effectieve anticonceptie voorkomt zwangerschap. Het cijfer waar je op moet letten, is het percentage bij ‘normaal gebruik’. Dit geeft aan hoe goed die methode werkt bij het voorkomen van zwangerschap in de praktijk, wanneer nog wel eens iets wordt vergeten.

‘Perfect gebruik’ is een graadmeter voor de technische effectiviteit wanneer het product precies volgens de voorschriften wordt gebruikt en deze consequent worden nageleefd.  

Als het normale gebruikspercentage 90% bedraagt, dan betekent dit dat als 100 vrouwen in de praktijk een jaar lang deze vorm van anticonceptie zouden gebruiken, er aan het eind van het jaar 90 niet zwanger zouden zijn en 10 wel.

Met een effectiviteit tussen de 91% en 99% behoren hormonale anticonceptiemiddelen tot de meest betrouwbare manieren om een zwangerschap te voorkomen. Het exacte percentage hangt echter af van de specifieke methode die je kiest – en hoe goed je die gebruikt. 

Effectiviteitspercentages van anticonceptie 

Naam van de methode Effectiviteitspercentage (bij normaal gebruik)* 
Hogere effectiviteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lagere effectiviteit

Sterilisatie (afsluiting van de eileiders bij vrouwen, vasectomie bij mannen) 99% 
Hormoonspiraaltje (IUD) 99% 
Implantaat (staafje) 99%
Koperspiraaltje 99%   
Injectie (alleen progesteron) 96%
Anticonceptiepil (gecombineerde hormonen)  93%
Intravaginale ring (oestrogeen + progesteron) 93%
Natural Cycles, mogelijk gemaakt door Oura  93%** 
Minipil (alleen progesteron) 91%
Hormoonpleister (oestrogeen + progesteron) 93%
Mannencondoom 87%
Cervixkapje 86% effectief bij vrouwen die nog nooit zijn bevallen 

71% bij vrouwen die ooit zijn bevallen

Anticonceptiespons  86% effectief bij vrouwen die nog nooit zijn bevallen

78% effectief bij vrouwen die ooit zijn bevallen

Pessarium  83%
Zaaddodend middel 79%
Terugtrekmethode 78%
Methoden voor vruchtbaarheidsbewustzijn (FAM’s)    77-98% effectief, afhankelijk van de gebruikte methode 
*Alle effectiviteitspercentages bij normaal gebruik zijn gebaseerd op de gegevens van Planned Parenthood 
**Bron: https://www.naturalcycles.com/cyclematters/natural-birth-control 

Stel jezelf de volgende vragen om te bepalen of je een methode met een hoge effectiviteit moet overwegen. 

Zou ik ooit samen met mijn sekspartner(s) voor een kind willen zorgen? 

  • Zo niet, overweeg dan een methode met een hoge effectiviteit

Zou een zwangerschap gevaarlijke sociale gevolgen hebben voor mij of mijn familie? 

  • Zo ja, overweeg dan een methode met een hoge effectiviteit

Zou een abortus, als ik dat zou willen, veilig, legaal en toegankelijk zijn? 

  • Zo niet, overweeg dan een methode met een hoge effectiviteit. 

Is er een medische reden waarom een zwangerschap op dit moment voor mijn eigen veiligheid niet wordt aangeraden? 

  • Zo ja, overweeg dan een methode met een hoge effectiviteit. 

2. Hoe vaak wil ik nadenken over anticonceptie? 

Als het om anticonceptie gaat, hangt de effectiviteit van een methode af van hoe goed die methode in je dagelijks leven past. Dit wordt vaak ingedeeld op basis van de mate van dagelijkse inspanning die hiervoor nodig is. 

Continue vormen van anticonceptie, zoals het spiraaltje, het staafje of de injectie, vergen geen dagelijkse inspanning. Cyclische methoden, zoals de pil, de hormoonpleister en de ring, vereisen dagelijkse of periodieke aandacht.

Denk eens na over de volgende vragen: 

Vind ik het prettig als mijn menstruatie volgens een grotendeels voorspelbaar schema verloopt? 

  • Zo ja, overweeg dan cyclische anticonceptie.
  • Zo niet, overweeg dan continue anticonceptie

Kan ik goed onthouden elke dag op hetzelfde tijdstip iets te doen – wat er ook gebeurt? 

  • Zo ja, overweeg dan cyclische of continue anticonceptie.

Vind ik het vervelend om eraan te denken dat ik elke dag iets moet innemen en/of wil ik er liever niet aan denken? 

  • Zo ja, overweeg dan continue anticonceptie

Is er een reële mogelijkheid dat ik mijn zorgverzekering kwijtraak of mijn premie niet meer kan betalen? 

  • Zo ja, overweeg dan continue anticonceptie.  

Is het veilig als men ziet dat ik anticonceptie gebruik of bij me heb? 

  • Zo niet, overweeg dan continue anticonceptie.  

3. Heb ik een medische aandoening of gebruik ik medicijnen waarmee ik rekening moet houden? 

Het is belangrijk om te weten hoe eventuele medische aandoeningen of medicijnen die je gebruikt kunnen reageren op de hormonen in bepaalde soorten anticonceptie. 

Hoewel oestrogeen bijvoorbeeld nuttig kan zijn voor het reguleren van de menstruatiecyclus, kan dit hormoon het risico op bloedstolsels verhogen en een wisselwerking hebben met bepaalde aandoeningen. 

Hier volgt een overzicht van de hormonen in gangbare hormonale anticonceptiemethoden: 

  • Combinatiepil, hormoonpleister, vaginale ring: oestrogeen en progesteron
  • Spiraaltje, staafje, injectie, minipil: alleen progesteron 

Denk eens na over de volgende vragen: 

Heb ik een medische aandoening zoals hypertensie? 

Rook ik regelmatig sigaretten? 

  • Zo ja, overweeg dan methoden die alleen progesteron bevatten. Roken beschadigt de bloedvaten en verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. In combinatie met oestrogeen neemt het risico op ernstige bloedstolsels of een hartaanval aanzienlijk toe, vooral naarmate je ouder wordt.  

Gebruik ik bepaalde medicijnen zoals anti-epileptica, antiretrovirale middelen tegen hiv of medicijnen tegen tbc (tuberculose)? 

Heb ik migraine met aura?

  • Zo ja, overweeg dan methoden die alleen progesteron bevatten. “Aura’ verwijst naar zintuiglijke verstoringen, zoals het zien van lichtflitsen, donkere vlekken of een tintelend gevoel, die optreden vóór het ontstaan van hoofdpijn. Onderzoek suggereert dat gecombineerde hormonale anticonceptiemiddelen over het algemeen beter kunnen worden vermeden bij patiënten met migraine met aura vanwege het verhoogde risico op een beroerte. 

4. Wat zijn mijn toekomstplannen? 

Allereerst is het belangrijk om op te merken dat er geen verband is aangetoond tussen anticonceptie en vruchtbaarheidsproblemen. Uit een beoordeling van 22 onderzoeken, waaraan in totaal 15.000 vrouwen deelnamen die waren gestopt met anticonceptie, bleek dat 83% van de vrouwen binnen de eerste 12 maanden na het stoppen met anticonceptie zwanger werd. Uit dit onderzoek bleek ook dat de duur van het gebruik van anticonceptie geen duidelijke invloed had op de tijd die nodig was om weer vruchtbaar te worden, wanneer rekening werd gehouden met de leeftijd van de vrouw.

Hou er bij het kiezen van een anticonceptiemethode wel rekening mee of en wanneer je misschien zwanger zou willen worden. Sommige methoden kun je zelf beëindigen: je kunt op elk moment besluiten om te stoppen met het gebruik van je pil, pleister of ring. Bij andere methoden moet je naar een arts gaan om bijvoorbeeld een spiraaltje of staafje te laten verwijderen. 

Bij sommige methoden ben je vrij snel na het stoppen weer vruchtbaar. Andere methoden, vooral de injectie, hebben van nature een langzamere hormoonafgifte. Hierdoor kan het langer duren voordat de ovulatie weer op gang komt. 

Denk eens na over de volgende vragen: 

Hoop ik in het komende jaar zwanger te worden? 

  • Zo ja, overweeg dan een methode die je zelf kunt stoppen of waarvan het effect snel afneemt. 

Weet ik zeker dat ik geen kinderen wil of is mijn gezin compleet? 

  • Zo ja, overweeg dan een langetermijnmethode of sterilisatie.  

Wil ik in de komende 3 tot 6 maanden proberen zwanger te worden? 

Zo ja, overweeg dan deze methoden die je, afhankelijk van je leeftijd en gezondheid, het snelst terugbrengen naar de beginsituatie:

  • Barrièremethoden: Aangezien deze middelen geen invloed hebben op je hormoonhuishouding of ovulatie, blijft je vruchtbaarheid precies hetzelfde als voorheen. Zodra je ermee stopt, kun je meteen beginnen met proberen om zwanger te worden als je dat wilt.
  • Spiraaltje (hormonaal en koper): Hoewel een spiraaltje een ‘langwerkend’ voorbehoedsmiddel is, blijft de werking ervan beperkt tot de baarmoeder. Zodra een arts het verwijdert, keert bij de meeste gebruikers de vruchtbaarheid terug naar het niveau dat overeenkomt met hun leeftijd en gezondheid. Dit gebeurt meestal binnen één tot twee menstruatiecycli.
  • Staafje: Net als bij het spiraaltje verdwijnt het hormoon snel uit je lichaam zodra het implantaat is verwijderd, waardoor de eisprong vaak al binnen enkele dagen weer op gang komt.
De anticonceptie-injectie, beter bekend als de prikpil of onder de merknaam Depo-Provera, werkt iets anders. Omdat de injectie hooggedoseerd progestageen met langzame afgifte bevat, kan het nog lang in je lichaam aanwezig blijven nadat de ‘beschermingsperiode’ van 12 weken is verstreken. Gemiddeld kan het tot 10 maanden duren voordat de normale ovulatie weer op gang komt na de laatste injectie.

5. Loop ik risico op een soa? 

Een strikvraag: het antwoord is ja. Iedereen loopt risico op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s).  

Hormonale anticonceptie biedt geen bescherming tegen infecties. Als je seksueel actief bent, vormt de preventie van soa’s een afzonderlijk, maar even belangrijk onderdeel van je reproductieve gezondheid.

Een soa is een infectie die van de ene persoon op de andere wordt overgedragen via seksueel contact, waaronder vaginale, anale en orale seks. Deze infecties kunnen worden veroorzaakt door bacteriën (zoals chlamydia), virussen (zoals HPV of hiv) of parasieten (zoals trichomonas).

De gegevens van de afgelopen jaren tonen een zorgwekkende stijging van het aantal besmettingen. Volgens het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention (CDC) werden er in 2024 in de Verenigde Staten meer dan 2,2 miljoen soa’s gemeld – een stijging van 13% ten opzichte van tien jaar daarvoor. Het CDC meldt ook een stijging van maar liefst 700% in het aantal gevallen van congenitale syfilis, een soa die tijdens de zwangerschap van moeder op baby wordt overgedragen. 

Het is belangrijk om je te realiseren dat veel soa’s geen symptomen geven, wat betekent dat je er een kunt hebben – en kunt overdragen – zonder dat je je ooit ‘ziek’ voelt.

Zo kun je het risico op een soa verkleinen

1. Zorg ervoor dat je geen seks hebt totdat je getest bent: De meest effectieve manier om soa’s te voorkomen, is geen seks te hebben totdat zowel jij als je partner op soa’s zijn getest en negatieve laboratoriumuitslagen hebben gekregen. Overweeg om je ook in de toekomst regelmatig te laten testen. 

2. Gebruik barrièremethoden: Barrièrebescherming (zoals het condoom voor mannen of vrouwen) is de enige anticonceptiemethode die de fysieke overdracht van veel soa’s tegenhoudt. Bij correct gebruik wordt het risico op infecties aanzienlijk verminderd, maar nooit volledig voorkomen. Gebruik altijd barrièremethoden, vooral bij nieuwe of niet-monogame partners.

3. Let op de symptomen van soa’s: Vermijd seksueel contact als jij of je partner last heeft van zichtbare zweertjes, huiduitslag of een afwijkende afscheiding. Hou er echter rekening mee dat ‘geen symptomen’ niet hetzelfde betekent als ‘geen infectie’.