Hormonale anticonceptie werkt niet voor iedereen op dezelfde manier. Van de pil tot de pleister: er zijn diverse soorten hormonale anticonceptie, en elke soort voorkomt een zwangerschap op zijn eigen manier.
Als je hormonale anticonceptie gebruikt of overweegt, vraag je je misschien af wat dat eigenlijk doet met je lichaam en biometrische gegevens. Hieronder lees je hoe elke methode een zwangerschap voorkomt, wat de invloed ervan is op de signalen van je lichaam en hoe dat terug te zien is in je Oura-gegevens.
Wat is hormonale anticonceptie?
Hormonale anticonceptie is een groep geneesmiddelen die, mits je ze correct gebruikt, de kans verkleinen dat je zwanger wordt als je seks hebt. Ze werken op basis van hormonen – meestal een combinatie van oestrogeen en progesteron, soms alleen een vorm van progesteron – om je menstruatiecyclus te reguleren en daarmee een zwangerschap te voorkomen.
Deze hormonen werken op verschillende manieren, afhankelijk van het soort anticonceptie. Ze kunnen de eisprong (het vrijkomen van een eicel) voorkomen of uitstellen, het cervixslijm verdikken om sperma tegen te houden of het baarmoederslijmvlies veranderen om innesteling te voorkomen.
| De Oura-functie cyclusinzichten biedt nu ook ondersteuning bij hormonale anticonceptie. Deze ervaring is ontworpen om je te helpen symptomen bij te houden, je menstruatie te voorspellen en beter te begrijpen hoe hormonale anticonceptie op persoonlijk niveau invloed heeft op je lichaam. |
Hoe werken de verschillende soorten hormonale anticonceptie?
1. Gecombineerde hormonale methoden
De anticonceptiepil, hormoonpleister en vaginale ring bevatten allemaal hormonen uit twee categorieën: oestrogeen en progesteron. Afhankelijk van het merk en de dosering zijn er verschillende soorten oestrogeen of progesteron (vaak progestinen genoemd) die kunnen worden gebruikt.
Samen onderdrukken ze de hormonale signalen tussen je hersenen en eierstokken die je cyclus bepalen, waardoor het follikelstimulerend hormoon (FSH) daalt, wat vervolgens voorkomt dat er eitjes rijpen. Ook blokkeren ze de piek in het luteïniserend hormoon (LH), wat de ovulatie voorkomt.
Bovendien verdikt deze combinatie van hormonen het cervixslijm, waardoor het moeilijker wordt voor sperma om de baarmoeder te bereiken en maakt het de baarmoederwand dunner, waardoor de kans kleiner wordt dat een bevrucht eitje zich kan innestelen.
Er zijn verschillende mogelijkheden om de hormonen in te nemen (zie onderstaande tabel), maar ze werken op vergelijkbare manieren in je lichaam.
| Gecombineerde hormonale methode | Hormonale toedieningsmethode | Gebruiksfrequentie |
| Anticonceptiepil | Oraal | Neem de pil elke dag op hetzelfde tijdstip in. |
| Hormoonpleister | Transdermaal | Vervang de pleister eenmaal per week. |
| Vaginale ring | Vaginaal | Vervang de ring elke drie weken. |
2. Pillen met alleen progestageen
Deze methode op basis van alleen progestageen wordt vaak de ‘minipil’ genoemd en werkt oorspronkelijk door het baarmoederhalsslijm te verdikken en soms door de ovulatie te voorkomen. Nieuwere versies (zoals die met drospirenon) zijn betrouwbaarder in het volledig tegenhouden van de ovulatie, zolang ze elke dag op hetzelfde tijdstip worden ingenomen.
3. Hormoonstaafje
Een implantaat is een klein staafje dat onder de huid van de bovenarm wordt geplaatst. Het geeft geleidelijk progesteron af gedurende maximaal drie jaar, houdt de ovulatie tegen en verdikt het cervixslijm.
4. Spiraaltjes (IUD’s)
Hormoonspiraaltjes geven progesteron af in de baarmoeder, waardoor het cervixslijm dikker wordt en het baarmoederslijmvlies dunner. Sommige vrouwen kunnen nog steeds ovuleren, maar een zwangerschap wordt voorkomen door de lokale effecten aan de binnenkant van de baarmoeder.
Er is ook een hormoonvrij spiraaltje op de markt: het koperspiraaltje. Dit wordt ook in de baarmoeder geplaatst en werkt door het afgeven van koperionen, die de beweging van sperma verstoren en bevruchting voorkomen.
5. Hormonale injecties (‘prikpil’)
Een enkele injectie geeft langzaam progesteron af gedurende een periode van één tot drie maanden. Dit constante hormoonniveau voorkomt de ovulatie en verdikt het baarmoederhalsslijm.
LEES VERDER: 5 vragen om jezelf te stellen bij het kiezen van een anticonceptiemethode
Hoe hormonale anticonceptie je lichaam en biometrische gegevens beïnvloedt
Elke vorm van hormonale anticonceptie heeft zijn eigen effecten op je fysiologie, en daarmee op je biometrische gegevens en Oura-gegevens.
Leden die geen hormonale anticonceptie gebruiken, kunnen maandelijkse patronen te zien krijgen in hun Oura-gegevens zoals bifasische temperatuurtrends. Hierbij daalt de temperatuur in de eerste helft van de maand en stijgt deze in de tweede helft. Ook zijn schommelingen in het HRV-patroon en de rusthartslag mogelijk.
Gebruik je hormonale anticonceptie? Lees dan verder om te ontdekken wat er elke maand gebeurt met je temperatuurtrends, HRV, rusthartslag en slaapkwaliteit, afhankelijk van de methode die je kiest.
1. Temperatuurtrends
Cyclische anticonceptie
Voorbeelden: anticonceptiepil, hormoonpleister en vaginale ring (inclusief placeboweken)
Je kunt opmerken dat je temperatuur iets hoger en stabieler blijft gedurende je cyclus tijdens de periode dat je hormonen gebruikt. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij vrouwen die de pil nemen de lichaamstemperatuur met ongeveer 0,3°C stijgt tijdens de actieve pilfase, wat de verhoging tijdens de luteale fase nabootst die in natuurlijke cycli wordt gezien.
Bovendien kan een duidelijk bifasisch patroon ontbreken in je temperatuurtrends. Hoe komt dat? Dit bifasische patroon ontstaat na de ovulatie. Aangezien deze methoden zwangerschap proberen te voorkomen door de ovulatie tegen te houden, zijn patronen die met de ovulatie samenhangen afwezig.
Continue hormonale anticonceptie
Voorbeelden: injectie of implantaat (of de pil, hormoonpleister of vaginale ring zonder gebruik van een placeboweek)
Continue en systemische hormonen zorgen ervoor dat elke dag een constante dosis hormonen wordt afgegeven. Omdat de hoeveelheid progesteron elke dag hetzelfde is, zien de meeste mensen in de loop van de tijd een vrij stabiel temperatuurpatroon ontstaan.
Hormoonspiraaltje
Omdat spiraaltjes een lagere, lokale hoeveelheid hormonen afgeven, kun je nog steeds schommelingen in je temperatuurgegevens zien. Voor sommigen gebeurt dit bijna elke maand; voor anderen slechts af en toe. Dit heeft ermee te maken dat sommige vrouwen zo nu en dan nog steeds ovuleren, zelfs met een spiraaltje.
2. Hartslagvariabiliteit (HRV)
Cyclische anticonceptie
Voorbeelden: anticonceptiepil, hormoonpleister en vaginale ring (inclusief placeboweken)
De HRV is een belangrijke indicatie van hoe je autonome zenuwstelsel omgaat met stress en kan veranderen op basis van de hormoonspiegel. Normaal gesproken is de HRV hoger aan het begin van een cyclus en daalt deze in de week voor de menstruatie wanneer het lichaam zich daarop voorbereidt (bij wie geen hormonen gebruikt). Bij het gebruik van hormonen kan ook een cyclisch patroon worden waargenomen, vaak met een lagere HRV op de dagen dat je hormonen inneemt in vergelijking met de placeboweken.
Continue hormonale anticonceptie
Voorbeelden: injectie of implantaat (of de pil, hormoonpleister of vaginale ring zonder gebruik van een placeboweek)
Met een constant dagelijks hormoonniveau zul je van week tot week niet veel variatie in je HRV zien.
Hormoonspiraaltje
Sommige mensen die een hormoonspiraaltje gebruiken, ovuleren toch af en toe – zelfs als het spiraaltje goed op zijn plaats zit. Het spiraaltje werkt nog steeds, maar kan leiden tot schommelingen in je biometrische gegevens zoals de HRV.
Onderzoek suggereert ook dat gebruikers van hormonale anticonceptie mogelijk een lagere algehele HRV hebben dan degenen die geen hormonale anticonceptie gebruiken.
3. Rusthartslag (RHR)
Cyclische anticonceptie
Voorbeelden: anticonceptiepil, hormoonpleister en vaginale ring (inclusief placeboweken)
Net als je HRV die gedurende de cyclus verandert, is je rusthartslag meestal lager aan het begin van de cyclus en stijgt deze na de ovulatie. Wanneer je hormonale voorbehoedsmiddelen gebruikt kan er een cyclisch patroon zichtbaar zijn, vaak met een hogere hartslag op de dagen dat je hormonen neemt in vergelijking met de placeboweken.
Continue hormonale anticonceptie
Voorbeelden: injectie of implantaat (of de pil, hormoonpleister of vaginale ring zonder gebruik van een placeboweek)
Het constante dagelijkse hormoonniveau betekent vaak dat er weinig variatie in de hartslag te zien is.
Hormoonspiraaltje
Sommige mensen die een hormoonspiraaltje gebruiken, ovuleren toch af en toe – zelfs als het spiraaltje goed op zijn plaats zit. Deze ovulatie op de achtergrond kan ervoor zorgen dat je in de loop van de tijd eerst een stijgende en daarna een dalende rusthartslag ziet.
4. Slaapkwaliteit: gemengde resultaten
Mensen reageren verschillend op het gebruik van hormonen. Voor sommige vrouwen draagt oestrogeen sterk bij aan hun circadiaans ritme en zij kunnen veranderingen in hun slaap merken wanneer ze hormonale anticonceptie gebruiken die oestrogeen bevat.
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd kunnen een verband zien tussen hormonale anticonceptie en verhoogde slapeloosheid, meer slaperigheid overdag en een langere slaapduur, plus een lagere slaapkwaliteit. Voor anderen echter, met name vrouwen in de premenopauze, kan de slaap juist verbeteren.
Op dit moment is er nog maar weinig kwalitatief hoogwaardig onderzoek beschikbaar over hoe hormonale anticonceptie je slaap beïnvloedt en zijn wetenschappers het er nog niet over eens.
Leer je patronen kennen met Oura
Het kiezen van een anticonceptiemethode is een zeer persoonlijke beslissing die afhankelijk is van je levensstijl, je gezondheidsdoelen en hoe je in je vel zit. Of je nu kiest voor de constantheid van een implantaat of de cyclische aard van de pil: begrijpen waarom bepaalde biometrische verschuivingen plaatsvinden kan ervoor zorgen dat je gegevens een krachtbron voor je worden in plaats van een bron van verwarring.
Door je trends te volgen met Oura, is raden verleden tijd. Hoewel de wetenschap ons toont wat we kunnen verwachten, moet je niet vergeten dat jouw ervaring uniek is. Als je patronen opmerkt die je aan het twijfelen brengen of vragen hebt over hoe een specifieke methode jouw welzijn beïnvloedt, gebruik dan je Oura-gegevens als uitgangspunt voor een gesprek met je arts.






